Status wetsvoorstel aanscherping wetten fraude identiteitsbewijzen

Geschreven door Joost

Tags: Juridisch, Overheid

Op 28 augustus 2012 is er een wetsvoorstel ingediend voor het verbeteren van de aanpak van fraude met identiteitsbewijzen. Het voorstel moet de huidige wetgeving aanscherpen om meer frauduleuze handelingen met reisdocumenten, identiteitsbewijzen en biometrische gegevens strafbaar te maken.

Ondanks het fiks toenemende aantal gevallen van en de schade veroorzaakt door identiteitsfraude lijkt de behandeling van het wetsvoorstel geen hoge prioriteit te hebben. Volgens rijksoverheid.nl is het wetsvoorstel pas in de de tweede fase van in totaal zes fasen. Het voorstel wordt op dit moment schriftelijk behandeld in de tweede kamer,  dit betekent dat het voorstel nog plenair behandeld moet worden. Als men akkoord is, dan wordt het voorstel in de tweede kamer aangenomen. Hierna moet het voorstel nog door de eerste kamer worden aangenomen. In de tussentijd hieronder een statusoverzicht.

Het eerste en tweede kamerstuk gaan over het initiele wtsvoorstel met de gewenste aanpassingen. Eén van de belangrijkste aanpassingen is de invoeging van artikelen 231 en 231a:

Artikel 231

  • 1. Hij die een reisdocument, een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht of een ander identiteitsbewijs dat afgegeven is door een dienst of organisatie van vitaal of nationaal belang, valselijk opmaakt of vervalst, of een zodanig geschrift op grond van valse persoonsgegevens doet verstrekken dan wel een zodanig geschrift dat aan hem of een ander verstrekt is, ter beschikking stelt van een derde met het oogmerk het door deze te doen gebruiken als ware het aan hem verstrekt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
  • 2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die een reisdocument of een identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid aflevert of voorhanden heeft waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het vals of vervalst is, dan wel opzettelijk gebruik maakt van een vals of vervalst reisdocument of identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk en wederrechtelijk gebruik maakt van een bij het bevoegd gezag als vermist opgegeven of een niet op zijn naam gesteld reisdocument of identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid.
  • 3. Artikel 225, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 231a

  • 1. Hij die biometrische kenmerken of biometrische persoonsgegevens valselijk opmaakt of vervalst met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of te doen gebruiken in gevallen waarin die kenmerken of persoonsgegevens worden gebruikt voor het vaststellen van iemands identiteit, teneinde zijn identiteit te verhelen of de identiteit van een ander te verhelen of misbruiken, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.

  • 2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die in gevallen waarin biometrische kenmerken of biometrische persoonsgegevens worden gebruikt voor het vaststellen van iemands identiteit, opzettelijk gebruik maakt van valse of vervalste biometrische kenmerken of biometrische persoonsgegevens als waren deze echt en onvervalst met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen of de identiteit van een ander te misbruiken of opzettelijk gebruik maakt van biometrische kenmerken of biometrische persoonsgegevens van een ander met het oogmerk om de verdenking van een strafbaar feit op de ander of niet op hem te doen ontstaan.

Een (zeer) uitgebreide toelichting bij het wetsvoorstel is opgenomen in het derde kamerstuk, het advies van de raad van state staat in het vierde kamerstuk. Interessant, maar een flinke hoeveelheid tekst voor de geinteresseerden. Het vijfde en voorlopig laatste kamerstuk doet verslag van de behandeling van het wetsvoorstel. Het voortsel lijkt positief te zijn ontvangen, echter stellen meerdere partijen vragen over de rol van OM en politie na eventuele invoering van de wet. Het is onduidelijk wat de impact is van een strengere wetgeving (D66) en de vraag is of de politie in staat is om een eventuele toename in zakena aan te kunnen (VVD).

Wanneer het wetsvoorstel weer op de agenda van de tweede kamer staat is onbekend. Zodra er nieuws is op dit vlak dan lees je het op deze website. In de tussentijd kun je de agenda van de tweede kamer in de gaten houden houden via de politieke agendatracker van bits of freedom (getipt via akadesign.nl).

Reageer